Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-•: 53 )-

worden — in welk geval ook — nimmer van nut

kunnen zijn!

B. Men wordt meer, door eene drogreden des vcrftands ,'dan door een gebrek van het hart, een onderdrukker.

A. Het verheugt mij, dat gij dezen regel niet uit de Fabel; maar uit de gefchiedenis des menschdoms ontleent-, ik zoude anders mij ichaamen, tot eene zoort van wezens te behooren, waarvoor ik eerbied hebbe, en welke ik anders met een huiverigen blik zoude aanzien •. — genoeg — wij zijn het eens, dat onderdrukking en vei meerderde lasten eene zeer algemeene — welk een nederdrukkend denkbeeld voor den menschlievenden befchouwer der waereldfch.e dingen! — en voor de maatfchagpelijke welvaard hoogst fchaadelijk zijn.

B. Ja — maar nog óéne bedenking , 'er zijn halfdenkers, die zich Staatsmannen noemen, en tot die lieden behooren , die , zo als men zegt , hooren fchellen , maar niet weten, waar de Klepel hangt; dezen beweeren (lijf en fterk, dat , hoemeer het getal der Inwooners van een Staat toeneemt, hoe gelukkiger het is — dat de gelukzaligheid en macht van de groote menigte volks afhangt — hoe grooter hoop, hoe meerder macht, en dus — hoe meer geluk: waarlijk , ïkmoetlagchen! —Als ik hier aan denk, denk ik tevens, omla Fontaine's Perette. Eene reeks van aangenaame en haar zeer natuurlijk voorkomende uitzichten deeden haar van blijdfehap opfpringen; — de pot viel pm; de melk flroorade weg, waarop alle haare uitzichten gebouwd waren, en— weg waren alle de fchoo»e keelden der verwachting.

Bj A.

Sluiten