Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

~C 6a )~

fcevlijtigden , dien fcbooncn , verhevenqn , manJielijken dichttrant dier waardige Verftorvenen machtig te worden! — In de (tukken van JulTr. van Merken vinden wij altijd verband en juistheid van redeneerkunde; haare vaerfen over Godsdienst en Zeden fpreken, zonder dichterlijke bloempjens of vergezochte toefPeelinge„ nodig te hebben, altijd tot het menfchelijk gevoel, en haar mannelijke, beredeneerde ftij! dringt onmiddellijk tot in de Ziel door. — Men leeze haaren de Rijk, de Camisards, Germanicus, David en andere Hukken, twintigmaalen over, zij zullen ons noit verveelen, en ons altijd nieuwe fcboonheden doen ontdekken; zie daar het voordcel eener juiste verbeeldingskracht en eens waare» dichterlijken ftijls.— Jongvromve de Lannoij bezat dit eigen voordeel eener van Merken. Zie hier twee voorbeelden van beide deze Vrouwen, die mij al fchrij, vende invallen, en onze Kunstvriendinnen kunnen aanwijzen , wat ik bedoele, wanneer ik haar den mannelijken dichtftijl dier overleeden Dichteresfen durve aanprijzen. De Freule de Lannoij brengt Augustus bij het graf van Alexander * Groote, en legt hem, onder anderen, deze woorden in de» mond :

„ En gij, doorluchtig R,a,, ü gij! nu zoo veel' jaaren

Door burgerkrijg beroerd, gefchokt aan alle zij;

Vergeet en Ma mus, en Sylla's dwinglandij; Vergeet, dat binnen U Pompejen, Cezars waren.

Wat zeg ik?groote Coón IPompejen , Ces ars !-neen* Vergeet mijn driemanfehap; vergeet mijn toomloos woeden: De dag van Actium bepaalde Uw tegenfpoeden;

Mijne eerzucht is voldaan; Uw heil ontbreekt me alleen »

Ea

Sluiten