Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( 66 )-

tochtelijk gevoel en een zuivere fmaak onontbeerlijk. En, daar flechts weinigen uit het. menschdom met deze voorrechten begiftigd zijn, kan het niet wel anders wezen, of veelen, die zich tot de Dichtkunst begeven, moeten 'er zeer ongelukkig in flaagep.dit wordt door de ondervinding bevestigd.

Over het algemeen genomen, dunkt ons , dat de Vrouwen geene minder gefchiktheid tot de Poëzij hebben, dan de Mannen; en wij zijn het met onzen geachtten Correspondent eens, dat het vak der Dichtkunst en fraaije Letteren, bijzonderlijk, voor de Genie der Vrouwen gefchikt is, en dat het, voor 't meerderdeel, door gemis van den waaren fmaak is, dat zij 'er niet beter in flaagen. Verbeelding, of leevendig gevoel ,kan men immers der Sexe niet ontzeggen ? liet moet dus uit gebrek van aankweeking van den waaren fmaak , uit gebrek van beoefening en betrachting van het fchoone zijn, dat zij dikwerf tot twee tegen elkander overstaande uiterlten vervallen ; naamelijk, of toe vhet on. geregelde losfe, of tot het te naauwb'epérktc , het ftijve regelmatige.-

Het oogmerk der Dichtkunst is, te behargen , te vermaaken;, en, welk een onderwerp de Dichter ook verkieze-, door hetzelve Poëtisch te behandelen , heeft hij geen ander doel, dan , om zijnen Lezêren of Hoorderer, vermaakaantedoen , door hunne verbeelding te. treffen, of hunne hartstochten te roeren. Die fhrkken, welken het best aan dit oogmerk der Poëzij voldoen, zijn dus cte volkomenfks en in deze volkomenheid beltast liet waare Poëtisch ichoofl. Deze volkomenheid is derhalve min volledig , wanneer 'er gebreken plaats hebben, die tegen het oogmerk der

Poë-

Sluiten