Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 68 >

niet zoo menigvuldig in hunne werken voordoen.' ook zouden veelen , in de keuze van onderwerpen voor de Poëzij, anders te werk gaan, daar zij, door een verkeerd begrip van het wezen der Dichtkunst, dikwerf onderwerpen verkiezen , die gansch niet gefchikt zijn, om aan het waare oogvrierk — het vermaak naamelijk — te voldoen. Ook zoude de bewerking der ftoffe, voor de Poëzij gefchikt , niet zoo dikwerf doen zien, dat zij een geheel verkeerd begrip van derzelver oogmerk vormen.

Dit gebrek heerscht, gelijk onze Correspondent aanmerkt, en waarin wij, voor 't meerder gedeelte, met hem inftemmen, vooral onder de Vrouwelijke Geniën in ons Vaderland.

Betreffende de keus der onderwerpen, merkt men aan», dat eene Vrouw van Genie , veelal, verlegen ftaat, wanneer zij eenig ander onderwerp, dan Godsdienst en Zeden, wil behandelen; en dit wordt voornaamelijk veroorzaakt, door eene aanhoudende gewoonte, van zich alleen met onderwerpen van dien aard bezig te houden; 't zij men die tot hoofdonderwerpen der beoefening verkiest; 't zij eene enkele gewoonte 'er de oorzaak van geworden is: hierdoor zijn alle andere voorwerpen als vreemd, en van minder kracht; en, al is het, dat zoodanig eene Genie zich tet andere onderwerpen wendt, keert hare befchouwing rasch tot dat punt terug, 't welk, door gewoonte, of hoofdneiging, haar geduurig als voor de oogenkomt. Laatons dit met een voorbeeld ophelderen.

"t Gezicht van een' fchoonen helderen avondftond voert de gedachten van eenen beoefenaar der Sterren-

knn

Sluiten