Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XII. Aan

Z E L M I R E.

I) e jong e Zelmire verkor , op één dag, haaren Echtgenoot en haar éénig Zoontje, aan de gevolgen der Kinderziekte. - Bj liet haar in eenen vreeslijken 'tóejland agter: alle haare indrukzelen van deugden godsdienst waren naauwlijks in ftaat, om deze bedrukte Weduwe, dezetroostelooze Moeder, voor de wan, hoop te behoeden. De dag, waarop zij de twee hovelingen van heur hart naar het graf zag dragen, fcheen ook de laatfie van haar leeven te zijn; dan, de eindpaal van haar bestaan was neg niet aanwezig; zij leefde inden hoogflen graad des jammers: de gil der verwoesting kermde , onafgebroken, door haar hart: nergends vond zij kalmte, en verwierp a? den troost , dien de liefde en deernis van edelmoedige Natuurgenoten haar poogde aantebrengen; totdat het , eindelijk, eenen trouwen broederlijken vriend van haaren geflorven Echtgenoot gehtkde eerfie vonk van opbeuring en kalmte , door

den

Sluiten