Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

<K io5

pïezelven immer te voren hebben bijgewoond, of met de daad ondervonden. Wij zien dikwerf, in droomen, onze lang verlangde begeerten vervuld; wij gevoelen angst en kommer, uit hoofde van een, ons boven het hoofd hangend, onheil. Kortom, allerleiehartstochten en aandoeningen ondervinden wij flapenden. Ook is het opmerklijk , dat zich dikwijls dulftere gewaarwordingen van het onvermogen, waarin ons ligchaam zich bevindt, in onze droomen mengen: dus roept ons b. v. eene noodzaaklijke bezigheid zoras in den flaap ; maar wij kunnen niet klaar komen , met ons fpoedig genoeg aantekleeden ; of wij geraaken aan het yegten; doch gevoelen, met tegenzin, dat onze armen geene kracht genoeg, en onze (lagen geenen nadruk hebben, maar door de lucht opgevangen worden.

Dit onvermogen gevoelen wij doorgaands minder in zaken, die onzen geest, onzen moed, onze kunde en bekwaamheid betreffen. In den droom, integendeel, is de vreesachtige man een held , en houdt redevoeringen , vol geest en leeven, ten aanhooren van eene zeer groote fchaare Volks. In den droom, fpreken wij vreemde taaien, welken wij naauwlijks kunnen ' lezen, met de grootfte vaardigheid; wij houden lange , wel te zamenhangende, gefprekken, welker inhoud wij ons naderhand zeer wel kunnen herinneren; wij zijn in gewichtige bezigheden, in zwaare ambtsbedieningen , en kwijten ons in dezelven met veel roem.

In droomen, eindelijk, (lellen wij ons geheel buiten onzen kring, en vergeten onze betrekkingen;

G 5 wij

Sluiten