Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C I23 V-

eigen gevoel, op het inwendig getuigenis van alle braaven: dit toch zal voor u genoeg befltsfen. Vergun mij, dat ik deze vrouwelijke hoofddeugden nog wat nader ontwikkele, om « derzelver uitnemende fchoonheid, ja voldrekte onontbeerlijkheid, nog m een helderer daglicht te plaatzen.

Behoef'ik U wel te verklaaren, mijn' Dochter , waarin de zuiverheid van hart en geneigdheden — die grond van alle zedenlijke volkomenheid - de éénige, „immer verdroogende, bron van alle waare gelukzaligheid — befta? Neen, mijn' Waardlte , Go-de zij dank, dat ik mij hierbij op uw eigen hart beroepen mag, welk zich totnogtoe - dit weet ik zeker geener ondeugende gedachten en gevoelens, geener omrëöorlofde oogmerken en wenfcuen, geener onbehoorlijke, onreine en fchandelijke begeerten en hartstochten bewust is. Totnogtoe is uw gelaat de oprechte tolk uwer ziel; gij vreest den diepdoordringen. den blik des menfehenkenners niet: ja, het denkbeeld zelfs van Gods alwetendheid baart u vreugde: — ach! ik bid God, dat dit zaligend gevoel tot uwen laaiden fnik voordduure, en dat nimmer

de dag geboren worde , waarop gij

maar neen: zulk eene bekommering is ten uwen aanzien overtollig. Gij zult altijd, hiervan houde ik mij ten vollen verzekerd, de oprechtheid op uw gelaat dragen: gij zult elk denkbeeld, welk gij zwaarigheid zoudt maaken, openlijk te erkennen, als een vijand uwer onfchuld en ziele rust, met afgrijzen bejegenen ; gij zult elk gevoel, eiken wensch, die in u ontwaakt, vooraf beproeven , e*r gij dien inwilligt:

g''j

Sluiten