Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 124 )—

gij ruit dien met alle macht verflikken, zodra gij bemerkt, dat hij de beproeving niet kan doorflaan. Zo zult gij, in de bewaaring uwer onfchuld en rechti fchapenheid, bij eigen ondervinding, ontwaaren, hoe waarachtig de eenvoudige verklaaring zij van den goddelijken Jesüs: gelukzalig zijn de reinen van harte: — zo zullen de jammerlijke onrechtvaardigheden en verleidingen omtrend uwe Sexe, in dit dikwerf onflHimig leeven, veel van haare bitterheid en kracht verliezen: en het rampfpoedige zelfs, dat u treffen zal, zult gij met heldenmoed dragen, of kloekmoedig tebovenftreeven. Gelukkig,mijn' Dochter, wanneer gij , door waare en verlichtte Godvrucht geleid, aan den eindpaal uwes leevens, de waarheid mijner voorfchriften volmondig zult kunnen getuigen! —

Waare en verlichtte Godvrucht beteekent, bij mij, die kinderlijke liefde en dat vertrouwen op God, den Vader van alle Schepzelen, welk op duidelijke en zekere begrippen wegens Zijne oneindige wijsheid, goedheid en macht, en wegens de voldrekte afhanglijkheid van ons zeiven en onze lotgevallen van Hem, gegrond is. Zulk eene vroomheid, welke even ver af is van alle bijgeloovige verduistering des verflands, als van eene gewaande, onvruchtbaars godsdienftigheid, die zich in nietigheden en plechtigheden verdiept, is ongetwijfeld een wenschlijk, een onontbeerlijk goed voor ieder mensch zonder onderfcheid , ter genietinge van waare gelukzalig, hcid; doch echter voor niemand noodwendiger, dan voor eene Vrouw, als die, in haare-n Hand, de

drang-

Sluiten