Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C .34 >

tot voordplanting. Zo oud de waereld is, en zo lang de menfchen in eene maatfchappij hebben bijééngewoond, heeft men altijd, zonder eenige uitzondering, befpeurd, dat deze drift, op eene, met de natuur overeenkomflige, wijze ontwaakt en bevredigd, den afzonderlijken mensch zo wel, als der maatfchappije, beftendig tot zegen, en, In het tegengefteld geval, altijd en zonder uitzondering, tot eenen daadelijken vloek gefrrekr heeft. Zonder gevaar, derhalven, van in dit opzicht te dwaaien, kan men, met eene genoegzaame zekerheid, befluiten, dat alle regels, naar welken zich deze drift behoort te richten, indedaad heilige natuurwetten zijn, door den alwijzen God zelf voorgefchreeven.

Langs dezen weg nu, mijn' Waardlte, zult gij — niet, zo als de meeste jonge Juffers van uwen ouderdom, op eene duistere, ingewikkelde wijze, of bij loutere gisfing; maar bepaald en duidelijk — begrijpen kunnen , wat kuischheid, en daartegen, welk het tegenovergeftelde dezer zo noodwendige deugd, onkuischheid, ontucht en ongebondenheid , zij. Wanneer, naamelijk, een jong Perfoon, van het Mannelijk of Vrouwelijk Geflacht, allen vertrouwden omgang met de andere Sexe vermijdt, tot op dien tijd, dat men eene behoorlijke echtverbindtenis kan en mag aangaan: wanneer zulk eene perfoon , daartegen , altijd binnen ie paaien blijft van welvoeglijke befchaafdheid, zonder eenig hartstochtelijk gevoel eener bijzondere neiging: wanneer dezelve alle denkbeelden, begrippen en gewaarwordingen, welke zulk eene liefde tot de andere Sexe en de drift tot voordplanting,

vóór

Sluiten