Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 155 )-

Zijn dezen niet de banden, zonder welken het ligchaam van eiken Staat noodwendig in duigen moet vallen?- Maar zijn dezen ook in de Republiek der Athëisten fterk genoeg, om den verëischten zamenhang te bewerken?

o God! hoe ligt zijn zij te verbreken, indien zij niet met de eerbiedigheid voor de wet, welke Gij in het hart van uwe fchepzelen hebt ingedrukt 3 indien zij niet met de hoop van belooning, en met de vreeze voor ftraffe , welker uitdeeling Gij voor * het toekomend leeven hebt weggelegd, verbonden e» gepaard gaan I

Een Regent, die het alziende oog van den Scheper niet ontziet; die het ftrenge oordeel van den, hoogften Rechter niet vreest; die, nademaal hij na den dood niets verwacht, kroon en fcepter voor het hoogfte goed aanziet; zulk een Regent zal noit het welzijn van het Algemeen oprecht zoeken te bevorderen; hij zal noit voor zijne Onderhoorigen, welken hij als flaaven zal behandelen , maar alleen voor zich zeiven, voor zijne vermaaken, voorzijnen hoogmoed, voor zijne kasfe, voor zijne macht zorgen. Dat allee» zal bij hem goed fchijnen, daar hij zijne onftuimige begeerten mede zal kunnen voldoen; dat alleen zal bij hem rechtvaardig fchijnen , wat macht en geweld kunnen te weeg brengen; al zou het ook have en goed , bloed en leeven der Burgeren kasten.

Een Atlïéhthch Onderzaat - waar zal die zijnen. Vorst voor aanzien? Voor iemand, die hem in alles, behalven in macht, gelijk is ; die zich geen voorrecht-,

Sluiten