Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( 156 )-

recht, dan misfchien dat van eere en waardigheid, rijkdom en macht kan aanmatigen; die niet bevoegd is, iet te beveelen , waartoe hij met geweld niet dwingen kan. En aan zulk iemand zou hij kinderlijke liefde, eerbied, gehoorzaamheid, in zijn hart, eu met zijn hart, bewijzen?

Die dit zou willen gelooven, verraadt eene geringe kennis van het menschlijk hart; hij merkt niet op, het geen men echter dient optemerken, dat de Mensch, gedreeven door de aangebooren neiging toe vrijheid , altijd den genen hcimlijk haat, wiens macht hij vreest; hij merkt niet op, dat deze haat zich nergens door iaat verdooven, dan door het gegrond oordeel nopens het goed oogmerk cn de billijkheid der bevelen, en de billijke en rechtvaardige uitoefening der macht; eindelijk, hij merkt ook niet op, dat niets den godloogchenaar aanleiding kan geven , om zulk een gunftig oordeel over zijne Overheid te vellen.

Ik weet niet, hoe het komt: ben ik te ligtgeloovig; of is het de waarheid, die mijne toeitemming afperst?

Men zegt mij: het is in alle welingerichtte Staaten gewoon, dat de Regent meermaalen eenen eed van zijne Onderzaaten aféischt; bijzonder, wanneer 'er meer aangelegen ligt, dat zij getrouw en gehoorzaam zijn. En ik geloof het.

Men zegt mij: den Vorst wordt, wanneer hij eerst den troon beklimt, hulde gedaan door allen; de nieuw geworven Soldaat doet den eed aan zijn Vaandel; die een gewichtig ambt in het gemeenebest aanvaardt, verplicht zijne trouw met eenen eed; en een eed

be-

Sluiten