Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 174 )-

men op dat pas niet gefproken. Nichols maakte heimelijk zijne kleene toerustingen gereed, om zijnen handel in Wollen Waaren te beginnen: dezen beftoiiden in eenige grove kleederen, bekwaam, om hem tegen den regen te befchermen ; in een paar beste klompen , zo als men in Evinlande draagt; in een kleen vaatje , om water in te doen, en in een frok, die met ijzer beflaagen was, om zich hiermede tegen de Wolven, die hem mogten aanvallen, te beveiligen; voor het overige, had hij geen geld, en ook niets , dat hij verruilen konde. Hij kwam in het Graaffchap Galloway, alwaar hij de Burgers om herbergzaamheid fmeekte; hoe zeer hij zomtijds alleen van wilde vruchten moest leeven. Hij zag inderdaad zeer fchoone Wol, die hem welaanftond; maar hij begreep toen, dat men, om koopman te zijn, eerst geld moest hebben, om te bétaalen, eer men iets konde krijgen. Deze waarheid bedroefde hem , zonder hem echter den moed te doen verliezen. Zcderd zijn verblijf te Galloway, had hij vernomen, dat 'er in die Stad een groot Heer uit Mounjler woonde , die bij iedereen voor een dienstvaardig man te boek Hond. Dit gaf den kleencn handelaar wederom moed. Hij meldde zich bij hem aan, als een Perfoon uit Mounjler, die te Galloway^ gekomen was, om Wol te koopen, en geld van noode had. De Baron van B a lt i m o r e was juist uit het Graaffchap Cork geboortig: het gezicht van een Kind, dat zich als een Wolhandelaar had laten aandienen, verwonderde den Baron: hij ondervroeg Nichols, die hem openhartig verhaalde, wat hij voornemens was , en hoe hij zich in het toekomen-

Sluiten