Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 185 )-

'èe het linnen. Het was zijn eigen Portrah; hij was afgebeeld met zijn grof kam!.foól,en met klompen aan de voeten, zodanig eindelijk, als hij gekleedgeweestwas, toen hij het eerfte geld van den Baron leende. „ Mijn Heer!" vervolgde Nichols, ,, als men, onder alle die konstllukken, de oogen zal flaan op het afbeeldzel van een' armen klèenen boer, zal men U vraa-

gen: waarom is die boer daar? wees dan

zo goed , mijn Heer, om te verhaalen, waarom hij daar hangt: zeg, bidde ik U, dat het N1 c h o l s is, aan wien gij het eerfte Kapitaal geleend hebt, dat hij zoo wel heeft hefteed, dat hij nu ëeiie koets houdt; want, zie daar, dat is de mijne, die op Uwe plaats ftaat. Nichols en zijn fortuin waren Uw werk, en alle de goederen, welken hij in 't vervolg zal bezitten, zijn zo veele weldaaden , die gij mij beweezen hebt!"

De Staatsdienaar, die eene fchoone en gevoelige ziel bezat , nam het gefchenk van Nichols aan , hetwelk in eene zedige en onvergulde lijst van welriekend hout geplaatst was. Het maakt tegenwoordig den voornaamften fieraad van zijn Kabinet uit; eu telkens, als men'er intreedt, vermeerdert het gezicht van den boer, Nichols, den eerbied, dien men voor den Baron van Baltim ore heeft.

Men zou, onder de fchilderij, dit opfchrift hebben ■kunnen1, plaatzen s

ïDe deucd van Baitimore,

m 5 vil.

Sluiten