Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 192 )—

De wreedheid, woest en uitgelaaten, Ventt' moord en brand voor hcldendasn; Zij vlieg', met woedende Soldaaten , Den reeds geweeken vijand aan: — Uw' zachte en tedre Voedfterlingen , Bedaard en moedig in 't befpringen, Bcweenen zelfs het glorieveld: Verwonnen en verwonde benden, Ook biiteftaan, in haare ellendon, Is 't waare kenmerk van den held 1 —

*>

Wie zal der fchaamlen pleit bezorgen , Wen 't onrecht hen ftraflchuldig heet ? —, Wie zijn voor hunn' belangen borgen ,

Als llarpax hen op 't harte treedt ?

Waar vinden zij, bij Tbemis Zooncn, Die kleene dienden rijk zien loonen, En jeukrig zijn naar grof gewin, Ooit zulken , die den Dwingland wraaken, Eu voor het recht der armen tvaaken : — leidt Gij hem niet ter pleitzaale in ?

<>

Terwijl de Leeraar ftaat te preéken, En duistre plaatfen dullïrtr maakt ; Daar 't hart der flaperige Leeken Reeds naar 't gezegend Amtn haakt; Terwijl hij zijnen Teerbeminden Den duit poogt van het hart te binden, Door hen voor d'Armenzak gefchikt, Treedt Gij de fchreiende armoê tegen , Die, op haar' distel volle wegen, Doer V getroost wordt en verkwikt. —

Sluiten