Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—( 2»5 )—

wezenlijkheid en gebrek, van goede en kwaade hoedanigheden, en het onderfcheid tusfchen hen beftaat, alleen , in de meerdere of mindere maate, aan de eene of andere zijde. Dit is wederom eene proefondervindelijke waarheid, welke aan geenen twijfel onderworpen is. De deugdzaamfte en edelfte menfchen hebben hunne zwakheden, en de ergfte booswicht is geenszins van alle goede hoedanigheden beroofd. Beide deze zaaken behoort men te weten, eer men zich in de waereld en onder menfchen begeeft; het eerfte , om geene overdreeven verwachtingen te koefteren, welke in den beginne teleurftelling, en naderhand een wezenlijk lijden veroorzaaken; het laatfte, om lijdzaam, en in de beöordeeling van anderen rechtvaardig en menschlievend te wezen.

Niets verdient indedaad meer bejammering, dan het lot van een jeugdig hart, welk, zijne eerfte befchaaving onder de handen van braave en menschlievende handen ontvangen, en zijne verbeelding met allerleie dichterlijke fchetzen uit het oude herdersleeven vervuld hebbende , thands op éénmaal , door den gewoonen zwaai der menschlijke lotgevallen, in eenen vreemden oord, onder andere menfchen en in andere betrekkingen, verplaatst wordt, en dat wel met alle overdreeven denkbeelden van de goede en voortreflijke menfchen, welken hij aldaar hoopt te ontmoeten; ter/vijl hij, ongelukkig , niet ééne dezer verrukkende gedachten vervuld; terwijl hij overal menfchen van de gewoone iport, nergends eenen Seraph Grandison, nergends eenen hartsbroeder Siegwart, maar overal dezelfde menfchen vindt , die hem juist zoo O 5 veel

Sluiten