Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•C 210 y—

Van dat gevoel bij ondervinding kent , welk het bezef van naauwkeurige plichtvervulling verzelt , en hij een vuurig verlangen heeft, om deze zaligheid zo dikwerf mogelijk te genieten.

Dus vindt gij, overal, eene ftreeving en zucht naar genot; de laatstgenoemde alleen is van zulk eene reine en edele natuur, dat de taal van befchaafde volken zich te recht ontzien heeft , om haar met de overige zoorten onder één' en dcnzelfden naam te bevatten. Men heeft veeleer aan deze edeler zoort van eigenbelang, in tegenftelling en ter onderfcbeiding der anderen, de benaaming van onbaatzuchtigheid, grootmoedigheid, deugd enz. gegeven.

Befchouw nu nogmaals de proefondervindlijke Helling, welke ik door deze ontwikkeling wilde ophelderen, en ook dan zult gij de eerfte helft, wanneer gij haar met den kleenen voorraad uwer eigen ondervindingen en met uw eigen gevoel vergelijken wilt, veel min aanftootlijk, en tevens veel waarfchijnlijker vinden, dan zij u in den beginne in de ooren klonk. Aanhoudende waarnemingen omtrend u zeiven en anderen zullen haare waarheid hoe langer zo meer bevestigen. Zij zullen u leeren, dat wij allen; de wijze zo wel, als de dwaas; de deugdzaame zo wel , als de ondeugende; volftrektlijk niets doen, zonder daarbij eenig loon, eenig tot ons zeiven terugkeerend voordcel te beöogen: dat verbaazend onderfcheid is 'er alleen tusfchen beiden , dat de een geheel iet anders als voordeel befchouwt , dan de ander : de onzuivere begeerte van den een' loopt alleen uit op bevrediging eener grove zinlijkheid; terwijl de edeler

nei-

Sluiten