Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 2;° )-

Ach ! wie zou niet van fchaarate moeten bloozen , die over gebrek aan genoegen zoude klaagcn, wanneer hij flechts zijne oogen ten hemel flaat, en eens oplettend op de aarde nederziet , welke rondom hem verfpreid is ; wanneer hij de zintuigen in aanmerking neemt, welken hem de Schepper gefchonken heeft, tot gevoel van het fchoone en goede, waarmede de ganfche natuur vervuld is !

Gij, ontevredene ! mangelt het u , wanneer gij volgends de wetten der natuur wilt handelen, immer aan eene legerftede, op welke uwe vermoeide leden aangenaam rusten, en nieuwe krachten kunnen inademen ? Mangelt het u, wanneer gij den rechten honger afwacht, aan fpijze , die u alleraangenaamst fmaaken , die u verkwikken en voeden zal ? Vindt gij nergends fchaduwen, om u te verkoelen? Vindt gij nergends ftroomend water, om uw ligchaam te reinigen en te verfterken ? Mangelt het u aan dekzel, om u weldaadig te verwarmen ? Ondankbaare 1 ziet gij nier, dat, zo immer het genot van het goede be^ zwaarlijk zijn , of daadelijk verftoord of verhinderd kan worden , het juist dan de overvloed is, die u , op het oogenblik van keuze, befluitloos, of onverfchillig , trotsch en waanzinnig maakt? —

Indien al eens alles rondom u doodsch en duilter wordt , hebt gij het dan niet zelfs in uwe macht, om in u zeiven eene nieuwe waereld te fcheppen: eene waereld , die u juist zo veel te meer bekoort, omdat zij uw eigen voordbrengzel, en gansch en al naar uwe eigen omftandigheden gevormd is: eene waereld, in welke gij >u het ontallijk goede kunt

her-

Sluiten