Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-K 23$ )-

Bij een vluchtig, elkander fteeds opvolgend genot, 't is waar, verfchaft de herhaalde afwisleling eenige bekoringen, en deze menigvuldigheid van aangenaame gewaarwordingen fchijnt eenigermaate bet gebrek dier wezenlijkheid en volheid van genot te vergoeden, welke alleen door aanhoudende oplettendheid gefmaakt wordt: doch, daar de ganfche natuur ons met haare weldaaden overftroomt, en het den nadenkenden nimmer aan middelen hapert, om rijklijk te genieten, kan zulk eene overhaasting 'nergends verfchooning vinden: zij is eene onteering der Schepping: door haar verliezen zich de aanmerklijkfte fchoonheden en volkomenheden uit het gezicht; en de verhevenrte geneuchten moeten voor laager genoegens zwichten.

Eindelijk, ook bij hem, die zat is van genot, fchoon flechts zeer oppervlakkig gekend en gefmaakt. hebben zeer veele voorwerpen of geheel geene, of wel eene al te geringe waarde, dan dat zij eenen grooten indruk op hem maaken, of hem zouden kunnen verlustigen; zo als gewislijk zoude gefchied zijn, zo hij dien trap van volkomenheid nog niet gekend had. Exen gelijk veele Menfchen , die ui( bekrompen omftandigheden allengskens tot eenen beogen trap van welvaard en voorfpocd gefteegen zijn, zeiven gevoeld en erkend hebben , dat , bij deze trapswijze opklimming, elk nieuw geluk, zelfs het geringe, hun indedaad een veel grooter genoegen gebaard heeft, dan zij,'bij eene fpoediger verheffing, immer zouden hebben kunnen fmaaken , even zoo zoude ieder mensch zijne geneuchten daadelijk kun-.

nea

Sluiten