Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C )-

te kost, vroegtijdig derven,'of in het wilde, gelijk men zegt, voor de varkens opgroeien , — en dat da man van het huis, dikwijls door al -te zwaaren arbeid en hartzeer, zijne dagen flechts ter helfte brengt.

Ik weet wel , men heeft ^tegenwoordig, bijna overal, openlijke gedichten voor. Weeshuizen, Armhuizen, Gasthuizen, en dergelijken. Maar, Hemel! wat valt'er op deze openbaare inrichtingen voor den opmerkzaameu menfchen vriend niet zeer veel -aantemerken ! Hoe vfeel verfchilt, in 't algemeen, het gene deze huizen werklijK zijn, van het gene zij Icondenen behoorden te wezen! Althands, ik heb 'er in mijn leeven verfcheiden gezien, en met alle opmerkzaamheid waargenomen, van een' zoodanigen aard, dat ik mij geen oogenblik verwonderde , dat veelen eerder befluitea willen , om zich alle mooglijke ellende te getroosten, dan in zulke naare kerkers opgeflooten te zitten. Ik trede hier in geene bijzonderheden. Ook wil ik de fchuld niet aan die genen alleen geven , die het opzicht over die huizen hebben. Ik geloof integendeel, dat de reden veeleer te zoeken is in den daat, waarin tot nog toe de Armenkasfen zich bevinden, waaruit die gedichten doorgaands moeten onderhouden worden.

De grondregel, dat iedere Gemeente .haare eigen armen uit haare eigen inkomden bezorgen moet, fchijnt in den eerden opflag verdandig en billijk te zijn , en den algemeenen last naar eene billijke evenreedigheid te verdeelen. Doch in uitgebreide Staateu , waar rijkdommen gemeenlijk aan zekere bijzondere plaatfen, en niet oveial in eene gelijke , of bijna gelijke maate , gevonden worden; waar veeSa 1*

Sluiten