Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 281 )-

zelfs gevaarlijk wasvoor uwe Mariene. — Nu eehter kunt gij mij weder vrij aan uw zuiver hart drukken. Ten drie uuren in den morgen , ging ik eerst naar bed, en had een weinig gefluimerd, toen een fchrikbaarende droom mij weder opwekte. Ik bevond mij met Floriün in een bosch. Een affchuuwlijk monfter, dat ik niet kende, dreigde mij te verflinden: angftig ftrekte ik mijne armen naar FloriïN pit; doch deze, in plaats van mij te redden, wierp mij in den muil van dit fchrikdier en vlood. Ik ontwaakte, geheel bezweet van angst, en trad naar mijn veniter, om hem te zien heenrijden. Ten 5 uuren blies de Postillon ; hij wierp mij nog eenen kus toe, en ik oogde hem na, onder eenen vloed van traanen. ó Clara ! Zo ik hem eens niet weder zag ! — Kom doch fpoedig bij mij; ik. heb thands meer dan oit uw gezelfchap noodig , enz."— Floriïn fchreef, terwijl zijne bezoeken (lechts zeldzaam en kortftondig waren, haar een jaarlang, gezet alle 14 dagen, en Mjriïne liet geen zijner brieven onbegndwoord. In het derde half jaar, kwamen de brieven fpaarzamer; hij klaagde over veelvuldigen arbeid; en in het vierde , bleeven zij geheel agter wege. MariSne wachtte ondertusfchen al van de eene mannd tot de andere, fchreef dikwijls, en bad;ja fmeekte hem zelfs om flechts eenige regels tot audwoord ; doch te vergeefsch. Haare inwendige fmart, gepaard met de pij nelijkfle onzekerheid, werd weldra zichtbaar op haare wangen , die, gelijk eene uitgebloeide roos in de middag-zon, verbleekten. Haare Ouders zagen dit, en ontrustten zich niet weinig over de heimelijT 3 ke

Sluiten