Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( 288 )-

<>

Vaalt gaaft ge, o Tijd! rnij vreugd: Dan juigchte ik: tnaar, mij heugt,

t> Roover van genoegen! Dat ge aan mijn hart ontftal Rust — blijdfehap — troost — ja all',

Wat de aarde oris toe kan voegen!

4>

Doch de eeuwigheid fchenkt moed.

6 Tijd! ontroof me al 't zoet; Eens zult gij zelf verdwijnen:

Dan treurt het hart niet meer;

Dan vlucht de vreugd niet weer, Voor bange boezempijnen.

«>

Natuur zal 't vleiend fchoon, Zoo gul, zoo zacht, ten toon Voor tedre harten fpreïen! Wij zingen, blij se moê, Het leeven welkoom toe, In beemden en valleienI

O

In uw begin, 6 Tijd!

Toen was uw loopkring wijd: Doch de eeuwen rolden heenenj

God wees Ü 't eindperk asn,

Haast zijt ge in d'oceian Der eenwigheid verdwecnen ! —

Sluiten