Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X.

De WOLF, be HERDERSHOND eii db K U D D E.

{Eene Fabel.)

■-

i

"Voorst Wou had, met gewetten tand,

Bijna een fdiaapskooi aangerand; Do Kudde was van fchrik heiturven ;

Dan, Spits vloog, met een woest geblaf,

Op dezen wreeden roover af , En greep hem ijlüngs bij de lurven. , , ncm rob a{hq aslil — ijhilog ilcw as3

— tnsi csviftb nshstb snsoïi sid

„ Ach!" riep de'Kudde, GdMng vol:

„ Ach! "riep' zij "beevend; ,, Spits is dól; Want anders viel hij , zoo verbolgen,

Nooit dezen «erkren moorder aan ; Helaas! — wat jammer zal ham vöTgefc !

Ach! wat heeft dwaaze Spits beltaan!"

Dus blaet de Kudde nog, verleegen: • 't-Geluk neemt eindelijk een keer ; De Wolf, gewond, ligt neêrgezeegen, En Spits komt als rerwinnaar weer.

Da»

Sluiten