Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—( 294 )—

gewaaid. Het woord Dweeperij, 't is waar, wordt in meer dan ééne heteekenis genomen; en men mag zeggen, dat dit woord betreklijk is. 'Er is eene zoon van dweeperij, welke zeer nabij komt aan de krankzinnigheid, wanneer de denkbeelden beftendiglijk in wanorde zijn, en zich nimmer, of ten minften in geen' geruimen tijd, te recht ftellen. Deze is, buiten twijfel, de'ergfte zoort van dweeperij. In dezen zin, verdienen ten minften allen de opgenoemde lieden den naam van Dwepers niet. Maar, in eenen zagteren zin, noemen wij alle de zodanigen dweepers, die het een of ander denkbeeld met zulk eene leevendigheid opvatten, dat de gewoone ftroom der denkbeelden daardoor verhinderd, en de betrekking of overeenkomst gefchonden wordt. Dit kan op veelvuldige wijzen plaats hebben; waarom ik reeds in eene vorige verhandeling C) heb opgemerkt, dat 'er zeer veele onderfcheiden zoorten van dweeperij kunnen plaats hebben. Door eene te groote leevendigheid der verbeelding, zien wij het dagelijks gemeenzaam gebeuren , dat menfchen , wanneer zij zich een of ander plan of ontwerp fmeeden, een' rei van noodzaaklijk aan elkander geftrengelde gevolgen, van groote zaaken, of gewichtige vootdeelcn, aan zich zeiven voorftellen; dat zij zich, door de befchouwing daarvan, ten fterkften kittelen, en tot de uitvoering van het voorgenomen plan aanmoedigen: daar een ander, wiens verbeelding flechts minder fterk is, niets dergelijks zien kan. Het is van

hier,

(*) Zie deze Bijdragen, II. D. bl. «7.

Sluiten