Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( 304 )

grootftegevaar van zijn leeven, plukken , en den dood zelf tarten. Zonder deze zoude , in één woord, niet één geest eene hooger vlucht genomen, en in één uur meer verricht hebben , dan anders ia eenige jaaren pleegt te gefchieden. Men ziet derhalve, dat 'er in den mensch een zekere aanleg tot dweeperij, immers tot een enthufiasmus , welke naauw met dweeperij vermaagtfehapt is, plaatsheeft. Men, ziet tevens , dat deze aanleg gansch weldadig , en met het oogmerk van onzen Schepper zeer overëenkomftig is , om den mensch daardoor te veradelen , en tot groote daaden te verheffen. Maar , gelijk alle driften ten hoogflen weldaadig zijn, en nogthands, niet behoorlijk befhiurd en gemaatigd zijnde , den mensch ten eenenmaale bederven ; zoo kan ook deze leevendiger werkzaamheid des verftands , niet behoorlijk geregeerd wordende, den mensch geheel ontluisteren en ongefchikt maaken voor deze tegenwoordige waereld.

Die dit alles overweegt , zal zich, over den aanwas der godsdienftige dweeperij niet verwonderen ; te minder , wanneer hij daarbij nog in aanmerking neemt , dat de mensch, natuurlijkerwijze, tot geene voorwerpen overhelt, om dezelven in zijne verbeeldiug te overdrijven , dan tot die , welken eene godsdienftige befchouwing hem aanbiedt. Dezen lokken de ziel inzonderheid uit , en nodigen haar , meer dan andere voorwerpen , om haare kracht en werkzaamheid; ja, de fterkfte infpanning , cn fijnfte zenuwftppen , aan hun te koste te leggen. De redenen , waarop ik deze ftelling gronde , zijn dezen:

'i. Be-

Sluiten