Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 3=5 5-

best , om den ander de fchamperfte verwijten toeteduuwen : men fchreeuwde van tijd tot tijd hoe langer zoo heviger , terwijl ieder de Kinderen gaarne overtuigen wilde, dat hij gelijk en de ander ongelijk had. De Kinders, intusfehen , waren, natuurlijker wijze , in het geval , van niet te kunnen beflisfen ; zij gaven beiden gelijk : doch ook het gevolg was, dat zii beiden voor onwaardige lieden hielden en hen verachtten. Dit ging zelfs zoo verre , dat, wat de Ouders ook bevelen mogten , zij daarop geene de minne acht floegen , en tot allerleie verwilderingen, en naderhand, bij eene rijper jeugd, tot allerleie buitenfpoorigheden vervielen ; terwijl de Ouders, echter, zich meer dan eens verwonderden, hoe zulks mogelijk ware.

*

De Heer T. had het gebrek, dit, als hij met zijne vrienden onder een glaasje wijn zat, hij zonder overleg alles uitfiarnerde, wat hem voor den mond kwam; ja , zich dikwerf niet ontzag , om alle de dwaasheden zijner jeugd, zelfs wel met eene merklijke vergrooting , te verhaalen. Zo menigmaal hij daaraan dacht , hoe listig hij zijner Moeder het een en ander ontvreemd had , zonder dat zij het bemerkte ; welke moedwilligheden hij met zijne Schoolmakkers gepleegd , en aan welke losbandigheden hij zich , op zijne reizen , dan in deze , dan in gene herberg , had overgegeven , dan fchaterde hij van het lagchen.

Zij.

Sluiten