Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XII.

A an

; MIJNE ECHTGENOOTE, Bij het LIJK

van

ons JONGSTE KIND.

Ik zelf behoef troost, even zo zeer als gij, mijne geliefde Echtgenoote! Gaarne ken ik uw hart een' nog hooger graad van tederheid toe, dan het mijne, welks diepe fmart ik, echter, door de ongewoone maate mijner traanen , voor u niet kan verbergen. Haar voorzeker, die een Kind onder haar eigen hart droeg, met haar eigen bloed voedde, met fmarte baarde, en zoo veelen haarer nachten aan hetzelve opofferde — Haar beftaat dit Kind veel nader, dan hem, die, flechts in één oogenblik, de oorzaak van deszeifs beftaan was. En echter wordt de maate mijner droefheid over ons gemeenfchaplïjk verlies , bij de weemoedige befchouwing van uwer* kommer, geheel aan de uwe gelijk,

Y a N»g

Sluiten