Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 382 )-

Voer welk een gefchapen wezen , al is het nog zoe-

affchuwlijk of ongerijmd , zij hunne godsdienftigheid oefenen, of aanbidding pleegen ; daarbij is hun de Christelijke godsdienst veel te lastig en eenvoudig ; zij moeten zien , en het plechtige zoude hen meest bekooren ; dus, wanneer het flechts te doen was , om hen tot Christenen te maaken , zonde , indien men daaromtrend onverfchillig ware, zulks met de meerte hoop van een goed gevolg, door zulke Christenen , die de Roomfche leer belijden , kunnen ondernomen worden.

Overat , waar openbaare godsdiensthuizen zijn, wordt hun de ingang niet belet ; integendeel , wanneer zommige Heeren of Vrouwen tot die plechtigheid opgaan, en hunne Slaaven of Slaavinnen (die hen, óm 't een of ander te dragen , verzeilen) gebieden, onder het gehoor te blijven, totdat de Godsdienst geëindigd is, zijn zij daartoe geenszins te bewegen; maar gaan veel liever, lui en vadzig , zoo lang tege» den Kerkmuur zitten, of met hunne Kameraaden dobbelen of fnappen. Ja , van hun zelfs , die vrijen zijn (waarvan *er misfehien 600 tot 1000 zich te Paramaribo bevinden) geloof ik, naar alle berichten, te mogen vastltellen, dat 'er naauwlijks jo zijn , die uit eigen beweging Christenen geworden zijn. En, indedaad , wat is toch tothiertoe hun Christendom? — Hoe weinig is daarop te reekenen, en welke vruchten brengt her voord ? De voorbeelden van zulken , die , na den Christelijken godsdienst te hebben aangenomen, de allerflechtrte Schepzelen geworden zijn, zijn menigvuldig: twee Haaltjes zullen genoegzaam wezen.

Sluiten