Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 4°6 )-

te , herinneren en bevelen wilde, vond ik mij volftrekt buiten ftaat , om mijne gedachten , door behoorlijke zamenvoeging van woorden , in eenige goede orde voordtebrengen. Integendeel , kwam mij het woord , dat ik het allerlaatst moest zeggen , het eerst, en het geen ik eerst moest noemen, het laatst op de tong. Het was zulk een raare mengelmoes van allerleie woorden , onder elkander gehaspeld , dat mijne Landlieden , fchoon ze mij hard overluid , hoorden fpreken , daarvan niets verftaan , noch raaden konden. Zij keeken mij , en elkander, met dc grootfte verwondering aan ; en uit hun gelaat en hunne gebaarden, merkte ik duidelijk , dat zij heimlijk dachten , dat ik , tegen mijne gewoonte, dronken , of wel volllagen gek was.

Ondertusfchen was ik volkomen bij mijn verftand. Mijne denkbeelden waren wel in orde, maar ik miste flechts het vermogen , om dezelven medetedeelen. Ik liet voor mijne werklieden niets blijken van mijne verlegenheid, dat ik niet goed fpreken konde: maar ging, zo fpoedig ik kon , naar dien uiterlijken fchijn, met goed overleg , en goeds moeds , naar mijn huis terug, om mij tot geen voorwerp van hunne boer* tc maaken.

Echter maakte ik mij, onderweg, over deze onverwachtte en vreemde fpraakver\varring niet weinig ongerust. Wie weet, dacht ik eerst bij mij zelf, of 'er niet eene zoort van verlamming in mijne tong zij gekomen , en of dit toeval niet eindigen zal in eene volkomen vergetelheid der fpraake en volflagerf ftomheid. Doch, tot mijn' troost, dacht ik terftond daarop,-

Sluiten