Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

VADERLIJKE RAAD

AAN

M IJ N E DOCHTER. (Vervolg van III. D. bl. 145.)

/

Om de dsngd van Befclteidenheid, over welke ik thands met U, mijn' Dochter , wenschte te fpreken, naauwkeurig te behandelen , zal het nodig zijn , het denkbeeld te ontwikkelen , welk wij aan dit woord gewoon zijn te hechten.

Ieder mensch heeft zijne beftemde waarde, en trap van volkomenheid. Deze waarde te gevoelen , is niet flechts geöorlofd; maar zomtijds een daadelijke plicht, bovenal voor hun, die, in eenen ftaat van onderdrukking leevende , daardoor maar al te ligteiijk overhellen , om all' hunnen moed , hunne kracht, en algemeen nuttige werkzaamheid op éénmaal te verbannen. Dit gevoel nu , waarbij de mensch een gemaatigd zelfvertrouwen kweekt , en op zekere maate van achting aanfpraak maakt, is zeer wel beftaanbaar met de befcheidenheid, zolang het binnen de behoorlijke paa„ Un

Sluiten