Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 429 )—

opzichten haare rechterlijke uitfpraak willen doen gelden , en daarvoor den uiterden trap van eerbied vorderen ? — en hoeveelen van ons gedacht zijn gereed , om deze wandaltigheden te bevorderen, en dus de orde in de natuur omtekeeren ?

Gij , mijn Kind, moet u zorgvuldig wachten , om geenszins die belagchlijke aanfpraak uwer Sexe te doen gelden , welke eene verkeerde opvoeding en de fchijnbaare eerbied van het mannelijk gedacht zo jammerlijk gevestigd heeft ; matig daartegen uwe wenfchen en verwachtingen, zo als uwe Vrouwlijke hoedanighe den , voorrechten en betrekking vorderen; geef hierin liever een weinig te veel toe, dan dat gij u op een ingebeeld recht zoudt verhovaardigen , terwijl ik u gerusteiijk kan verzekeren , dat zulk eene befcheiden handelwijze u de achting aller verftandigen verwerven , en de waare gelukzaligheid van uw leeven , wanneer gij u eenmaal in het huwelijk verbinden mogt , zal bevestigen ! Zie hier de redenen.

De Natuur zelve , de Vrouw zwakker hebbende gefchapen , heeft dus allerzekerst gewild , dat zij befcheidener zou zijn. De verdiende eener Vrouw , laat zij zo groot zijn , als zij wil, kan nimmer in het groot of uitgebreid werken , maar is ten uiterflen beperkt in haare werkingen, en dus kan zij nimmer eenige mogelijke rechtvaardiging, zelfs geene verontfchuldiging, voor haare trotsheid vinden. Ook moet alle overdreeven aanfpraak op achting, bij herbezit van geringe verdienden, de Vrouw noodwendig tot een voorwerp van medelijden, zo niet van verachFf 3 ting,

Sluiten