Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( 442 )-

aan toedragen, en, wanneer dit bij aanhoudendheid gefchiedt, het, ongetwijfeld, tot eene hoogte voeren , met welke het heilbegeerigst hart zich zeker, vooral in deze tijden van algemeene verwarring, niet had kunnen, of durven vleien. —

Schoon ik, zonder mij zeiven of anderen te bedriegen , mij zoo veel fentlmenteeh niet toe kan eigenen, dat alles, wat mij omringt, mij tot verhevene en bovennatuurlijke befpiegeliugen wegvoert: — fchoon ik niet geloove (vergeeft mij, mijne Heeren, mijne, misfchien al te onftaatkundige, openhartigheid) fchoon ik niet geloove, dat ik in ftaat zou zijn, om, in de armen eener bekoorlijke Julia, in den oogenblik, waarin ik het langbegeerde zoet eener heete liefde ftond te fmaaken, en aan de hevigfte en ftreelendfte neiging, voor welke de menfchelijke natuur vatbaar is, voldoen kon, één blik, van den zwellenden en hijgenden boezem, van de lonkende en lustaanduidende oogen van het lieve Meisjen , terugtetrekken , en in de eeuwigheid te werpen: — fchoon ik geen gevoel genoeg hebbe, om, met Werther, door middel van de oogen mijner verbeelding, landfchappen in den glans der eeuwigheid te zien drijven, heb ik, echter , (ik wil mij zeiven , voorbedacht en ongevergd, niet te kort doen) ook gevoel. — Mijne denkbeelden bepaalen zich niet altijd tot den kleenen cirkel, dien ik befchrijf, en mijn hart klopt zo wel voor mijne Natuurgenooten, als voor zich zeiven. — Dit gevoel, die deelneming in het heil van anderen, en ook de ingefchapen begeerte naar geluk, welke ik,

zoo

Sluiten