Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 454

heden befchouwen , dat wij , integendeel , welmeenend verklaaren , aan dezelven , met het grootst genoegen, eene plaats in ons Tijdfchrift verleend te hebben , betuigende onzen dank voor het hartelijk aandeel , welk zijn Ed. in onzen arbeid gelieft te nemen: wij bevelen ons in de voordduurende correspondentie van een Man , die indedaad de bronnen van het menfchelijk geluk met zulk een opmerkzaam en menschlievend oog gadeflaat , en zullen ons gaarn, op zijn voetfpoor , met overweegüigen van eenen zoortgelijken aard bezig houden : iets , welk evenzeer ftrookt met het oirfpronglijk ontwerp van dit ons Tijdfchrift , als de behandeling, welke wij tot dus verre gehouden hebben. Zijn Ed. houde het ons ten goede , dar wij in dit laatfte opzicht van hem verfchillen, terwijl wij gereed zijn , 0ns deswege nader te verklaaren , zodra zijn E. onS eeni* adres gelieft optegeven , door hetwelk wij onze aanmerkingen aan zijn E. kunnen doen geworden gelijk wij dit reeds meermaalen , bij openlijke annonce, aan onze geëerde Correspondenten verzogt hebben , en nogmaals verzoeken.

de Schrijvers.

VI.

Sluiten