Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 478 )—

men geene poogingen, 0m het uitterooien? Men gevoelt, dat het oorlog, indien het met al deszeifs nadruk werkt; indien men het alle de middelen, om te benadeelen, doet behouden, het aardrijk me't alle zijne bewooneren verfijnden, en het menschdom zal uitdeigen; maar, waaróm wil men het wel een gedeelte van deze onzaligheden doen uitootlnen ? _ en waarom, indien het een ramp is, dat de brand mijn huis vernielt, is het een heil , dat die brand maar één vleugel verteert ?''

Deze redcncering komt ons voor , meer de uitwerking eener drift en vooringenomenheid , dan der gezonde reden, le wezen; of gelooft men dan, dat twee Natiën eikanderen het oorlog aandoen , alleenlijk , om haar vermaak te nemen , en omdat het krijgvoeren eene gezonde en aangenaame oefening is, gelijk het kaatfen , dat enkel daartoe gefpeeld wordt ? Ontkent men dan , dat , indien een van beiden het fpel uit baldaadigheid begint, de ander daarin, alleenlijk met wederzin , deel neemt, en het 'er dus ver af is , dat hij het als een heil befchouwt ? Indien zij , na eenigen tijd geftreeden te hebben , een verdrag met eikanderen aangaan , uit krachte van hetwelk de een in vrede bezit, hetgèen hij gewonnen heeft, en de ander grooter verliezen vóórkomt, wat is hierop met billijkheid te berispen?

Men is het , over 't algemeen, vrij eens , en met reden , dat het oorlog deszeifs oirfprong te zoeken heeft in de menschlijke driften ; maar , hoe ftrookt dit met eene tegenwerping, welke wij dikwijls , en wel doe* lieden ? die het bovenftacnde gevoelen vast-

Sluiten