Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IX.

CHARLOTTE en LAURA.

(Fragment van een gefprek, tusfehen Mevrouw D. en haare Kamenier, door Jufvrouw P. heimelijk beluifterd.)

"'<Ta' lieve Laura, leg dal rooderoozen kleed fleches bij mijne oude pruilen ; nimmer wil ik het weder aantrekken, 't Is waar, het was mijn Echtgenoot , die het mij , op onzen bruiloftsdag, vereerde, en mij altijd zijn bekoorlijk Roosje noemt, wanneer ik , in hetzelve uitgedost , voor zijne oogen verichijn ; maar, ik herinner mij, dat mijn vriend PhiLidor, vóór .eenige weeken, mij te kennen gaf, dat hij in hetzelve geen behaagen vond; en — ik moet u belijden, Laura, zederd ik Philidor. leerde kennen , voel ik mij gedrongen , om in alles zijnen fmaak te volgen , en "

„Houd op,Mevrouw,ik begrijp u: ik zal het kleed bij dat der deugd plaatzen , welk gij hebt afgelegd.**

X.

Sluiten