Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( 507 )—

grooter, rijker, aanzienlijker menfchen , dan wij zijn, even zoo wel als wij, met een balftuurig noodlot te kampen hebben. Deze en meer dergelijke bijkomende denkbeelden kunnen ons eenigzins te vrede (tellen , Wanneet; wij andere menfchen , mee ons, in dezelfde rampen zien deelen. Deze gedachten doen ondertusfchen weinig af, wanneer wij on» aan ligchaamlijke fmart, benevens anderen, blootgefteld zien. Het fchijnt, in dit geval, voornaamlijk het medelijden te zijn , welk ons eenige verligting aanbrengt, op die wijze, welke wij boven verklaard hebben.

Sluiten