Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 535 >

zaligheid, en den kring zijner waarden, aan wiet hoofd zij zich bevindt, tot zijn geliefdst gezelfchap te maaken, en hoe zal zij hiertoe in ftaat wezen, wanneer het ftille huislijke leeven voor haar zelve niets bekoorends heeft, en zij naar het oogenblik reikhalst, om zich in uitfpanningen en verftrooijingen buiten s'huis te verliezen?

Voeg hier dan nog bij het onnozele, onbevredigende en bedrieglijke der gewoone vermaaken, welk bij de hooge waarde der ftille huislijke gelukzaligheid nimmer te vergelijken is. Hoe arm zijn indedaad die fchiuerende en luidruchtige gezelfchappen der Grooten in waare vreugd? — hoe weinig worden daarin die edele behoeften van ons verftand en hart, die eigenlijk alleen onze waarde bepaalen, bevredigd, en hoe verdrietig is het ledige, welk zii, voorbij zijnde, in elk welgefteld hart agterlaten? Ik zal hier niet meer van zeggen, omdat ik, tot miin groot genoegen, befpeurd heb, dat gij zelve daartoe niet overhelt, en dat het u weinig moeite kost, om zelfs dan, wanneer 'er gelegenheid toe is, en gij het vrijelijk zoudt kunnen doen, van dezelven aftezien.

En zou dan ook dat groot, dat benijdenswaardig geluk , welk de Vrouw geniet, die haaren kleenen famieliekring voor haaren Echtgenoot zoo aangenaam weet te maaken, dat hij zich nergends liever bevindt , dan bij haar en zijne Kinders — zou dit geluk haar geenszins tot huislijkheid overreeden ? Immers overal , daar de waarde der deugd nog niet geheel miskend wordt, wordt eene Vrouw hoogge-

fchat,

Sluiten