Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 5*4 )-

<>

De helfche wroeging, die verharde boosheid wekte Uitd'ijzren flaap des doods, tot eindelooze fmart, Verzengt, door gloeiende angst, het eeuwig Ji dend hart,

Bat nooit tot troost of heil van treurende onfchuld ftrekte!

• <S»

De wanhoop knarfetandt, en durft', beftaan vervloeken; Dit ijslijk fchriktafreel der ondeu-d treft mijn ziel!... k Hoor 't dondrend vonnis , daar ik vol ontroering kniel; ! Vergeefsch wil de ondeugd 't graf tot eeuwge fchuilplaats zoeken!

Zij ziddett van den throon terug naar't eind der aarde;

De blikfeins wenken haar, naar het rampzaligst oord;

Vlucht, ziciverfchrikken 1 beeld, dat al de bliidfchap' moori! 'k Hoor't juigchend fpeeltuig, dat een,denkende engel fnaarde!

4>

't Heelal weergalmt, verrukt door dankbre morgenzangen; De Schepping is verlicht door de eeuwge liefdeftraal; De Bruid van 't godlijk lam treedt in de bruüofts-zaal J "Verrukte dankbaarheid bloost eeuwig op haar' wangen! —

Natuur mag, onverwelkt, met vollen luifter blinken;

Dit aardrond is gefchikt voor zaalge onfterfliikheid;

Schoon wij, van kring tot kring, door 't ruim heelal geleid, De gouden cithers voor Góds glorie-throon doen klinken ! —

P. M.

Op bladz. 310 reg. 1 ftaat geveinsde lees ongeveinsde : 353— 8 v. o. — ieder — deez

;— 356—14 uiterlijk uitdruklijk

357 14 v. o. — 3 ftonp 1 ftnop

— ——• 378 3 agter (laande, intevullen door den

Fiskaal aan den lijve ts worden geftraft, met eene boete

Sluiten