Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-co-

zijn. Beide deze ondervindingen verwekken, in ieder mensch , de begeerte en de pooging , om den eenen toeftand , zo veel mooglijk, van zich te verwijderen, en den anderen altijd te genieten, — met andere woorden, om gelukkig te zijn.

s- «•

Deze nimmer fluimerende neiging, om elke onaangenaaine gewaarwording te verwijderèh , en zich, integendeel, hoe langer zo meer en volkomener aangenaarae gewaarwordingen te verfchaffen, noemen wij zelfsliefde. Zij is de eenige werkzame drijfveder, in den mensch , welke alle deszelfs werkzaamheden beftuurt , en het eindoogmerk van alle deszelfs befluiten en handelingen uitmaakt.

$. 3-

Terwijl de ondervinding ons dit leert, zegt zij ons tevens^ I.) Dat 'er , in en buiten den mensch, dingen zijn , welken dit wel en kwaalijk zijn, of deze fmart en deze vreugd, veröorzaaken; en het verfland doet ons befloiten, dat de rechte kennis en beöordeeling dezer dingen ons, bij het ftreevennaar ge« lukzaligheid, onvermijdlijk nodig zijn. —Wijders zegt ons de ondervinding, 2.J Dat deze kennis zelve ondet die dingen behoort, welken ons vergenoeging verfchaffen , en welker ontbeering ons, zomwijlen, fmartelijk valt. — 3.) Zegt zij , dat de voorwerpen van vergeaoegdheid en onvergenoegdheid niet allen, op dezelf-

Sluiten