Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C » >=r

i.) Wanneer eenig voorwerp een gevoelzenuw Mnroert , ontllaat in ons , onvermijdlijk , een beeld of denkbeeld van de zaak, welke haar aanroert.

52.) Hoe fterker de aanraaking zij, des te helderer en vsster is ook het denkbeeld , welk daardoor veröorzaakt wordt: en hoe meer de mensch zich zeiven , bij de aanraaking, bewust , en opmerkzaam zij, des te leevendiger zal ook het denkbeeld wezen.

3. ) Wanneer 'er meer aanraakingen te gelijk gefchieden', is dat beeld , welk s door eene zwakker aanraaking, bij zwakker opmerkzaamheid , wordt voordgebragt , ook zwakker en onvolkomener, dan de anderen. — Dit is ook, bij omkeeringe, Waar.

4. ) Wanneer 'er eene gelijke aanraaking, gelijke gefteldheid van het zinlijke werktuig, gelijke be« trekking van hetzelve tot het aanraakende voorwerp , en gelijke opmerkzaamheid , plaats vinden, ontdaan 'er gelijke denkbeelden: doch zijn deze dingen, bij meerder aanraakingen, verfchillende, dan verfchillen ook de denkbeelden.

5. ) Wanneer het ligchaam gezond, en in den (laat van waaken; de ziel rustig; het werktuig bekwaam , en in goede orde ; het aanraakende voorwerp nabij , en de aanraaking fterk genoeg is: — wanneer dan, daarenboven, de indruk niet verzwakt wordt, door de aanraakinge van andere voorwerpen , ontftaat 'er een waar en goed denkbeeld : in een tegengefteld geval , is het-

zel»

Sluiten