Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ens, zrtr — dikwijls — onzen wil, zowel

als wij waaken, als dan, wanneer wij flaapen , denkbeelden te binnen. Dikwijls, kunnen wij dezelven, niet dan met moeite, tegengaan, wanneer wij andere denkbeelden of begrippen in ons trachten optewekken.

De natuurwet, volgends welke denkbeelden van afwezige voorwerpen in ons tegenwoordig worden, of volgends welke de mensch zelf die kan opwekken, is de wet der gelijkheid, i.) Wanneer eenig denkbeeld, waaraan wij voor het tegenwoordige niet denken, gelijk is aan een ander denkbeeld, welk wij thands zinlijk waarnemen, of ons als afwez.end voorftellen, wordt dit denkbeeld zeer ligtlijk en gewoonlijk gaande. 2.) Wanneer wij denkbeelden hebben, welken aan een ander denkbeeld vast verbonden , of daarvan afkomltig zijn, valt ons dat ander beeld mede ligtlijk in.

§. 11.

Behalve dit geval , gebeurt het dikwerf, dat denkbeelden leevenoig worden , door eene bloote verbinding derzelven met anderen. Als men, b. v., een denkbeeld van een huis éénmaal te zamen gevoegd, en te gelijk overdacht heeft, met het denkbeeld van deszelfs bezitter, is het niet ongewoon, dat men , aan het huis denkende, zich terrtond ook den bezitter vertegenwoordige.

S- 12.

Sluiten