Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 123 )

weldaaden hebben aangenomen, indien ik uw doelwit had kunnen doorgronden?" Wil men hierover een kiesch oordeel vellen, en overeenkomftig alle billijkheid handelen, dan zal men te kenlijk in zijn voordeel uitfpraak doen. —

Met des te minder reden kunnen beloofde en ontvangen weldaaden, ten aanzien van hem, die ze verkrijgt, eenig recht aan den weldoener verfchaffen. Die nu is het geval, waarin zich alle Kinderen bevinden. De weldaaden kunnen, ten hoogften geno« men, geen' grond tot eenig recht geven, behalve» de rechten der billijkheid, welken, flipt genomen, niet gevorderd kunnen worden. Hierom moeten de weldaaden nog van zulk eene natuur zijn, dat hij, die ze aanneemt, dezelven ook ontvangt, met volkomene vrijheid, om ze naar welgevallen van de hand te wijzen. — Ik weet wel, hoedanig een edelmoedig hart zal handelen, wanneer het, of uit noodzaaklijkheid, of eigen zwakheid, of vrees van te beleedigen, gedwongen wordt, de weldaaden niet te weigeren j— Maar hier komt het op de gerechtigheid aan, en deze legt hem, dien men aldus heeft willen verplichten, geeue de minfle verbindtenis op. De weldaad moet ten minften zodanig zijn ingericht, dat men tot de toeftemming van hem, die dezelve ontvangt, kan befluiten.

De weldaaden der Vaders omtrend de Kinderen zijn zeer wezenlijke weldaaden , en wij kunnen, buiten tegenfpraak, de toeftemming der laatften wel onderlrellen. Maar zija, alles wel ingezien, de wel-

daa-

Sluiten