Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( 133 )-

* * *

Zoudt Gfj denken, waarde Vriendin, dat onze Bijdragen meer gelezen zijn, meer nuts zouden gedaan hebben, indien wij ons, tot nutoe, even zeer met dat Gedacht hadden bezig gehouden, welk zich, met eene jammerlijke verwaandheid , Heeren der Schepping noemt? — Strekt het, intusfchen, uwer Sexe niet tot eer, dat Zij, zo als wij (en wel, zo wij oordeelen, op goede gronden) beweerd hebben, ondanks de nog veel grooter bedorvenheid der Mannen boven de Vrouwen, volkomen in ftaat is, om de hervorming der eerstg-enoemden totftand te brengen? — Gij fchrijft van en met Vriendinnen, welke beide zeer goed gehuuwd zijn: maar, kent Gij niet eenige huwelijken, die, voor het uiterlijke, minder gelukkig zijn? — Indien Gij aldaar, als Vriendin, eenigen invloed hebt laat dan, bidden wij U, die ongelukkige gehuuwde Vrouwen onze beginzelen en onzen raad volgen; en wij verzekeren Haar, dat zij zich niet langer over het huwelijk beklaagen zullen. — Manlijk welkom, met dat alles, was ons Uw brief: indien Gij, met Uwe Vriendinnen, ons verder Uwe aanmerkingen wilt mededeeleri; Wij zullen ze, zo als thands, met genoegen plaatzen , en zij zullen ook verder ter onzer aanfpooringe dienen , om het juiste tijdtlip waartenemen, waarop wij aan de , zo wenschlijke, verbetering van het Mannelijk Gedacht, met vrucht, zullen kunnen arbeiden.

de SchSijvers. I 3 VI.

Sluiten