Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C i4t )-

het ongedoord genot van vriendfchap en liefde , zonder welke 'er toch geen Hemel zou kunnen plaats hebbefe.

Onze vriendfchap, gefteld, dat dezelve ook altijd, min of meer, uit zelfliefde voordkwam , is echter eene waare, zuivere vriendfchap, zodra wij aan dat geen, wat onzen vriend bejegent, een zoo leevendig, zoo waar aandeel nemen , als wanneer het ons zeiven betreft, of ten minden , wanneer dit aandeel in fterkte en leevendigheid nabij koomt aan dat, 't welk wij in onze eigen gevallen pleegen te nemen. Ik maak deze laatfte bepaaling met opzet , omdat veele Wijsgeeren beweerd hebben, dat wij voor een' ander' datgeen niet gevoelen kunnen , wat wij voor ons zeiven gevoelen , en dat daarvan de regel: onze Medemenfchen gelijk ons zeiven te beminnen : overdreven zij.

Ik weet niet, of deze waereldwijzen hunnen regel op eene oprechte en warme vriendfchap kunnen toepasfen , daar onze eigen ondervinding toch dikwijls genoeg geleerd heeft, dat wij in ftaat zijn , om ons zoo leevendig in de plaats onzer vrienden te dellen, dat wij zelfs nog meerder deel in hnnne omftandighedennemen, dan wij in onze eigen lotgevallen zouden genomen hebben, hetwelk zich ook zeer goed uit natuurkundige wetten laat verklaaren , waarover ik nog nader zal handelen. Wij bevinden ons niet meer rustig of gelukkig , wanneer onze vriènden lijden ; hunne traanen maaken ons het hart week ; wij weenen met hun , cn ons gevoel hierbij is oneindig meerder , dan een bloot mededogen. De bron onzer

Sluiten