Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( I87 )-

Ik kniel voor God alleen, en mijne ziel blijft vrij! — Hoe! zoude een Phlips, niets meer, dan andre ftcrvelingen -—

Nacn : minder nog, dan zij — wijl hij zijn deugd verloor — Zou die de bronaar zijn van mijne zegeningen?

Welk mensch vernederend gevoel— ik gruuw 'er voor! De zucht, om vrij te zijn, is elkeen aangeboren:

En elke wensch is goed, die deze drift bezielt: Denk, dat hij, die de ftem der vrijheid durft verfmooren,

Het evenbeeld van God in't kruipend hart vernielt. Want, knielen wij, mijn Ca, voor God als Dwingland neder?

Zo hij een Dwingland waar — dan eerde ik nimmer God. 'k Bemin als Vader hem — en Hij bemint mij weder,

En 'k eer de Godheid dus, in mijn rampzaligst lot! Neen Al va! waan niet; neen: dat ik mij zal vernecren!

Zo Egmo nd fchuldig waar — hij knielde in 't ftof terneêr! Nu zal ik van 't fchavot de deugd en vrijheid leeren ,

En met mijn fchuldloos bloed bevestig ik mijn leer! Ach! drijft de rook mijns bloeds van hier naar de Almacht heenen,

Als 't ofFer, 't jongst gewijd aan 's Lands gerechte zaak: Schrei bloed en traanen dan ! — maar kan een dwingland weenen?

De rook mijns bloeds fmcekt God voor Nederland om wraak! j Ach! mogt mijn bloed, 't geen hier op 'c moordfehavot zal flroomen —

Vcrhoormeó God! wiens hand voor'trecht der Volken ftrijd!— , Mogt elke druppel bloeds een wreeker voord doen komen,

Die aan mijn Vaderland geheel zijn aanzijn wijd! Watftraal! 'k zie in 't verfchiet het Spaanfche juk verbroken,

Granvelle's rot verjaagd — zijn wrevel neêrgetrapt — H

En i

Sluiten