Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C w )~

En hare jongde baar verzinkt ïn 't zalig graf! — Ontelbre golven, ja, zag ik reeds henenfnellen

En 't golfje keert nooit weer , 't geen eenmaal henenvloog! Haast is de bron gedopt, waaruit die golven wellen:

Op morgen is de zee van all' die rampen droog! Vriendin! wil God mijn dood — dan is mijn dood een zegenIk kus Zijn daande hand — 'k aanbid, al wat Hij doet

De Zoon van Adam dwaalt in 's noodlots duidre wegen,

En 't geen ons rampfpoed fchijnt — is zomsons't zaligst, goed! De tijd, die heden is — is ook de grens voor de oogen:

't Aandaande is voor den mensch — een dikke, duidernis l 't Geen traanen kost, is vaak op 't onverwachtst vervlogen,

En word een bron van heil — die altoos vloeiende is! Hoe ijslijk waar onslot, zo 'toog der dervelingen

De aandaande droom des tijds — der eeuwen in kon zien ï Dan treurde hier de mensch airede om folteringen,

Die nog niet zijn — en doch — hij kon die niet ontvlien ï Hadt ge immer vreugd gefmaakt in 't dreelend huwlijks leeven,

Hadt ge immer in mijn arm geroemd op 't zaligst lot, Waart gij bewust geweest — hoe uw gemaal zou dieven? ;

Hoe ondoorgrondlijk goed — hoe eeuwig wijs is God! Juich ook dan nu Vriendin! bij dit ons nadrend fcheiden:

Eenmaal was E o m o n n zwak — hij heeft het u doen zien ! Dan 'k leerde — mijn Vriendin! gelijk een Christen lijden;

En 'k zal, zo veel ik kan, u mijnen bijdand bien ! Verhoor mijn jongflre bee — toon u nu mijner waardig,

Barst in geen wanhoop uit pp 't hooien van mijn. draf:

't Wan-

Sluiten