Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 195 )-

Ia 't ftille uur des doods van u vergeving vraagt: Viieudinne mijner ziel! kon 'k aan uw voeten zinken,

Ik rees niet uit het ftof --- voor gij vergeving fprak. Zie traanen van berouw in Kervende oogen blinken!

Ach al te dierbre CX — hier wordt uw Egmond zwak'. -«• Dan, 'k hoon u tedre Vrouw! behoef ik wel te fmeeken ? —

Ik ken uw minnend hart en uw gevoeligheid! Uw Englen-liefde mij, uwe Echtgenoot, gebleken,

Verzekert aan mijn hart, dat gij vergevend zijtl Te fterven onverzoend, is ijslijk in mijn oogen:

Ik zelf vergeef den beul —- door wien uw halsvriend fneeft! % beklaag als Christen hem — en 'k fmeek het Alvermogenj

Dat hij uit liefde aan hem zijn gruuwclen vergeeft! — Ach! als gij dit vaarwel — dit laatst vaarwel zult lezen,

Dan leeft uw Echtgenoot alreeds op de aard niet meer! D;in ftierf hij eenlijk, om onfterfelijk te wezen:

Dan heeft de hemel reeds een' nieuwen burger mieer! Een zaaide kalmte en rust, die door mijn geesten zwceven,

Verzekeren mijn ziel in dees gefteltenis, Dat ook mijn Vader mij mijn misdaan heeft vergeven,

En dat de zaligheid mij bij hem wachtend is! Vrijdenker! wat geookzegt — gij vreest —gij ijst veor't fterven!

De Hel brand in uw hart -- mijn hart is blij te moê: Uw fterf bed wordt uw ftraf — mij doet het troost verwerven !

Gij brult bij 't gaapend graf! ik juich het vrolijk toe! —

'T wordt tijd, dat ik thands einde, en dit mijn fchrijven ftaake;

'K. vervaardigde decz brief, daar 't flaauwe lamplicht ftheen;

Thands

Sluiten