Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( ipS )-

zeiven blijkbaar zijn. Intusfchen, gelukte hem deze pooging niet, totdat hij eindelijk beweerde, dat een mensch niet meer vermogen op zijne daaden had, dan eene klok, en dat de bewegingen van ket werktuiglijk menfchelijk zamenftel even noodzaaklijk bepaald waren door onweêrftaanbaare richtingen, als die van eene klok, door het gewigt, dat haar beweegt. Nu oimtond 'er een luid gefchater, en, om den man naar verdienlte ten toon te Hellen, eischte men, dat hij zijn voorllel bewijzen zou; en, fchoon hij, in eene lange redevoering, alle mogelijke drogredenen te baat nam, fchoon hij van zeer veele zaaken fprak, welken hij zelf niet begreep, moest hij met leedwezen zien, dat hij niet éénen profeliet gemaakt, zelfs niet éénen tegenftreever in het harnas gejaagd had.

Ik zweeg (lil, en maakte alleen bij mij zeiven eenige aanmerkingen over de ontmoeting, welke thands zo toevallig plaats greep , onder welken ook deze was, dat de meesten hunner, die thands om het gemelde voorftel lagchten, nog niet lang g'eleden heizelve openlijk erkend, ja, toteenen grondflag hunner handelingen hadden aangenomen.

Het gezelfchap beftond uit den Heer Avarus, een rijk koopman, den Heer Hoveling, een politiek ambtenaar, den Heer Vr o lijk, een man, zoo fnaaksch en boenend , als ik immer iemand ontmoet heb, en Lucinde, de echtgenoote van den vriend, bij wien wij het middagmaal zouden houden, en die ook, geduurende dit gefprek, in eene andere kamer bezig was met dingen, welken zijne tegenwoordigheid vorderden.

Ik

Sluiten