Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( 2°3 >-

ik mij, dat Lucinde mij wel vrijheid geven zal, om de leer der onweêrftaanbaare voordlluwende kracht te verdeedigen, wanneer zij zich tebinnenbrengt , hetgeen ik haar zelf heb hooren zeggen , toen zij zich beklaagde, dat ,, zij met een onweérftaanhaar geweld tot het fpel gedreven werd." Ik herinner mij, dat ik, op aanzoek van mijnen vriend, op zekeren dag, dat wij beiden alleen waren, deze gelegenheid te baat nam, om haar ftellig onder het oog te brengen , hoe gevaarlijk het zij, zich aan eene zoo jammerlijke neiging overtegeven. Zij begreep onmiddellijk mijn oogmerk , bedankte mij voor mijne raadgevingen , en veroordeelde zich zelve zoo oprechtlijk, dat zij begon te fchreien: maar, op ditzelfde oogenblik voegde zij 'er bij, dat het haar even anmaeglijk was, zich van de kaarten te onthouden , als te vliegen : en echter weinige dagen naderhand zag ik haar bij eene oude Dame van rang , die nooit anders vifitcs ontvangt , dan op Zondag, doch ook alsdan een luifterrijk gezelfchap heeft.

Alle deze onderfcheiden gebeurdnisfen mij zeiven te binnenbrengende, kan ik U, mijne Heeren , betuigen , dat ik met minder verachting op den vüorftander van het noodlot nederzag; en, om u de rechte waarheid te zeggen , zijne tegenltanders verloren bij mij meer in waarde. Ik houde het voor uitgemaakt zeker, dat zijn gevoelen voordfproot uit zijne eigen bewustheid , dat hij zelf een Haaf was van één dezer gebreken , of wel van allen te zamen, en dat het eene zoort van vriendlijke genegenheid was, aan andéren eene ontdekking te wiiien meO 4 dc-

Sluiten