Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( 218 )-

maaken. Men begrijpt ligtlijk, dat de weduwenftaat van Moeders haar tot alle de vaderlijke plichten verbindt, en haar het geheele gezag in handen fielt. Dit kan niet tegengefproken worden, maar behoort tot de uitzonderingen.

De zichtbaare duuring van deze grondregels doet mij, voor een oogenblik, van de flipte bepaalingen der gefielde vraage afgaan. - Denkt niet, tederhartige Moeders, dat deze befchouwingen u in rechten verkorten, welken u zoo billijk toekomen. Wat baaien u deze geftrenge rechten? Gij zijt des te mee? in het hart uwer Kinderen gevestigd, daar gij hen, door uwe zachtzinnigheid en goedaardigheid , tot u trekt. Indien uwe Kinderen voor hunnen Vader ontzag hebben, zij zullen u hoogachten en beminnen. Uw lot is voor uw tedergevoelig hart veel gelukkiger, veel aangenaamer. Gij bezit rechten, waarop de tederhartigfle Vaders nimmer aanfpraak kunnen maaken. Uwe angflen vóór de geboorte van het Kind; uwe fmarten, wanneer het ter waereld komt; uwe zorgen en kommernisfen, geduurende zijne langduurige zwakheid — dit alles legt hetzelve eene dankbaarheid op, welke de Vaders nimmer kunnen vorderen. Deze trekken uit hunne verplichtingen der geftrenge rechten, en gij uit uwe weldaaden, een gezag, waaraan men zich fleeds gewillig onderwerpt. De menfchen worden niet zo zeer door de uitoefening van het geftrenge recht, als wel door het gevoel van goedhartigheid, bewogen. Het recht beilist de befchouwing; het hart régelt het gedrag. De Vader wordt, naarmaate de Kinderen in jaaren toenemen,

meer

Sluiten