Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( 228 )-

ftuk de zo zachte en zo befchaafde Grieken te boven !

Men verwondert zich, bij deze wispeltuurige, onilandvastige , wellustige Volken , een ontmenscht gebruik te vinden, dat niet alleen in het verborgen , maar zelfs in het openbaar gepleegd werd, gelijk dat, van het vee te dooden , of eene offerande te doen. Zonder twijfel, was dat gebruik reeds ingevoerd door de zwervende Volken, waarmede Griekenland werd opgevuld: immers kon die wreede gewoonte, noch in de valeien van Tempé, noch aan den voet van Parnasfus, en van den Helicon , noch in de Stad van Minerva haaren oorfprong genomen hebben. Maar waarom verboden het dan de wetten niet? Hoe kon dat ftaande blijven , te midden der fchoone kunften , van den overdaad , van den kiefchen fmaak en van de wellusten ? Ziet daar eene vraag, die van veel gewicht is.

Konden de wetten het verbieden? Misfchien neen. Laten wij ons het middel te binnen brengen , hetwelk Romulus genoodzaakt was, bij de hand te nemen. Misfchien dachten'er de wetgevers niet om, en zagen de wreedheid van dat üangenomen gebruik niet in ; zo als ik zeer geneigu ben te gelooven.

De wtlgcmnnierdheid en de befchaafdheid van den geest, bij de Grieken ,beflonden meer in de fchoone kunften, en in een' kiefchen en wellustigtn fmaak, dan in wezenlijke kundigheden en gegronde nafpooringen. Socrates was de eerde wijsgeer in de zedenkunde, maar zij was bij hem flechts ondervinding

Sluiten